Woorden worden zinnen

Inspiratie en coaching, een boeiende interactie

Inspiratie vanuit coaching

Klik op een titel voor een verhaal.

laat je verrassen.  

Voor zover niet anders vermeld, zijn alle verhalen van mijn hand

De wensbol

leven naar jouw diepste wens 

Gedachten weerspiegeld in de buitenwereld

Op de dag waarop Sanne 18 jaar wordt, bezorgt de postbode een vierkant pakketje. Voor haar, van haar oom uit Amerika. Sanne loopt opgetogen met het pak onder haar arm naar binnen. Zo vaak komt het niet voor dat de postbode haar een pakje brengt en al helemaal niet van haar oom, de broer van haar moeder. Een glasblazer die beroemd is om de glazen bollen die hij blaast. Niet zo maar bollen. Wensbollen, die je diepste wensen laten zien. Maar alleen aan de eigenaar van de bol. Net zo lang totdat je er aan toegeeft. De bollen werden populair, omdat zoveel mensen zijn vergeten wat ze eigenlijk willen. Heeft hij voor Sanne nu ook een bol gemaakt?

Ze zal niet wachten met uitpakken tot haar verjaardagsfeest begint. Sanne ploft op de bank en scheurt gretig de verpakking open. Ze slaakt een gilletje. Ah, jawel, zorgvuldig verpakt in karton en noppenfolie, een glad ebbenhouten kistje. Op het deksel verschijnt in sierlijke gouden letters haar naam.

Sanne houdt haar adem in en opent de deksel. In het kistje zit roze knisperend papier, met daar bovenop een goudkleurige enveloppe. In haar gretigheid te zien wat het roze papier verbergt, legt Sanne de enveloppe naast zich en trekt het papier opzij. Met grote ogen kijkt zij naar een perfect ronde glazen bol. Ah, ja, dit is hem. Met haar hand glijdt ze langzaam over het ronde oppervlak. Verrassend, het voelt niet zo koud aan als gewoon glas, maar glad en warm als een mooie jonge huid. En het lijkt of ze een zachte tinteling in haar handpalm voelt. Hm, alsof de bol leeft!

Sanne kijkt in de bol. Het lijkt oneindig diep. Daar, in de diepte van de bol, lijkt het alsof er iets beweegt. Misschien heeft ze meer licht nodig om beter te zien. Met het kistje onder haar arm loopt Sanne naar buiten. Nogmaals tuurt ze diep in het binnenste van de bol. Het is alsof een trillende plasmawolk van binnenuit tegen de buitenkant van de bol drukt en weer kleiner wordt. Vanuit de wolk verschijnt een donkere figuur. Een zwart gepantserde draak. Het verandert in een geharnaste figuur. Met wapens en al. Een zwaard zwaait rond en toch weer niet. Er zit aarzeling in de figuur. Die inhoudt en zich weer terug trekt in de plasmawolk. Heel even hebben zij zich laten zien. De trilling wordt zachter. Zachte kleuren verschijnen onder het oppervlak dat bijna spiegelachtig glinstert. De wolk wordt steeds gladder en strakker en verandert langzaam in een bol. In de hand van Sanne die inmiddels in de zon op het grasveld achter haar huis zit.

Achter Sanne, ver boven het huis, verschijnt een grote donkere wolk. Zo groot dat de lucht betrekt. De wolk verandert steeds van vorm en is druk in beweging. Snel naderend met grote wilde wervelingen. Wat Sanne niet ziet is dat de wolk gevormd wordt door een grote zwerm zwarte kraaien.

Sanne heeft slechts ogen voor de bol in haar hand. Het oppervlak wordt weer onrustig. Alsof er binnen in de bol een heleboel turbulentie is. Steeds dichter gaat zij met haar hoofd naar de bol om nog beter te zien wat er in de bol gebeurt.

Als plots vanuit de bol een grote snavel verschijnt die naar haar lijkt te pikken, slaakt zij een gil. Van de schrik schiet haar hand open en rolt de bol uit haar hand. Sanne probeert de bol te pakken en rolt daarbij op haar zij. Op dat moment scheert een kraai vlak over haar heen en met de kraai honderden andere kraaien. In een grote turbulentie van klappende vleugels en krijsende kelen.

In een reflex rolt Sanne op haar buik en drukt haar gezicht tegen de grond. Met haar armen over haar hoofd geklemd ligt zij doodstil. Ze voelt de bijtende snavels over de huid van haar handen schaven. Als de vogels voorbij zijn, schiet Sanne omhoog. Ze springt op, grist de bol van het gras en rent met bonzend hart naar binnen.

Als ze trillend met haar rug tegen de gesloten tuindeur leunt, valt haar blik op de ongeopende goudkleurige envelop die op de bank ligt. Sanne rent naar de bank en scheurt de envelop open.

De brief is handgeschreven, in sierlijke letters.

 

Lieve Sanne,

Gefeliciteerd! met je eerste dag van jouw 19e levensjaar. Alsjeblieft, voor jou, jouw bol die je helpt om naar jouw diepste wens te leven.

Weet, dit is één kant van het verhaal.

Voordat jij jouw dromen kunt leven, is het van belang dat je bewust bent van jouw negatieve emoties en gedachten. En dat jij je daar vrij van kunt maken.

Lieve Sanne. Als je eenmaal in de bol hebt gekeken, zullen al jouw negatieve gedachten en gevoelens in jouw werkelijke leven tot uitdrukking komen.

Dit is onomkeerbaar.

Ja, dit is de andere kant van het verhaal.

Het is belangrijk dat je beseft wat dit voor jou betekent.

Hoe meer je bewust bent van jouw negatieve gevoelens en gedachten en je daarvan vrij kunt komen, des te duidelijker worden jouw diepste verlangens en kan je van daaruit leven. Het een zal er niet zijn zonder het ander.

 

Even kijkt Sanne voor zich uit op de grond. Ze voelt zich ontgoocheld. Maar realiseert zich dat er geen weg terug is.

Vlak voordat zij het kistje open maakte had zij gniffelend gedacht aan haar vriendinnen, die niet zo’n bijzondere wensbol hebben. Ze had hen vergeleken met elkaar nalopende jaloerse ganzen.

Met een zucht van schaamte leest Sanne verder.

 

Het eerste dier dat je ziet nadat je deze brief hebt gelezen, zal jouw symbool zijn voor een negatieve gedachte en emotie. Iedere keer dat je dit dier ziet, weet je dat je er nog niet vrij van bent.

 

Sanne kijkt door de ruiten van de tuindeuren naar buiten. Op het grasveld scharrelt een kraai rond. Met wormen in haar bek vliegt ze naar haar nest, hoog in de boom. Verstild kijkt Sanne weer naar de brief in haar hand. Onder de tekst staat een groot hart. Het lijkt bijna los te komen van het papier. Sanne glijdt met haar vinger over de bolling van het hart. Hm, ze voelt hoe ze van binnen warm wordt.

Het begint haar te dagen wat haar te doen staat.

Wat zich aandient 

Tijd voor quality time met Inez. Het is even puzzelen waar wij elkaar vanavond treffen. Ik komend vanuit Rotterdam, zij vanaf een afspraak in Amersfoort. Beiden onderweg naar haar huis in Utrecht.

Als ik wil, kan ik, lekker comfortabel, met de auto naar Utrecht. Op de een of andere manier lokt de trein mij meer.
Mijn middagafspraak loopt voorspoedig. Eerder dan verwacht zit ik in de trein. Vanaf mijn telefoon stuur ik een berichtje dat ik om vijf uur al in Utrecht kan zijn. Inez reageert snel. Ze zit nog in Amersfoort. Even later bliept mijn telefoon met haar vervolg bericht.

…Dit wordt lastig. Ze is nog niet vertrokken. De snelweg is versperd door een ongeluk…
“Zullen we even bellen”. Met mijn mobiel aan mij oor spreken we af dat ik doorreis naar Amersfoort. Als we daar uit eten gaan, zijn tegen de tijd dat wij klaar zijn de files opgelost. Inez kan haar auto parkeren in de garage bij het station. Daar zullen wij elkaar treffen. Zo gezegd, zo gedaan.

GPS

In Amersfoort aangekomen blijkt het lastiger dan verwacht om elkaar te vinden. De wereld waarin ieder van ons staat lijkt niet dezelfde. Ik heb het station verlaten via een loopbrug die niet op de hoofduitgang uitkomt. De parkeergarage waarin Inez haar auto heeft geparkeerd blijkt een andere dan de garage onder het station. Beiden lopen wij met elkaars stem aan het oor rond, zonder elkaar te zien.
De slimme opties op onze telefoons bieden uitkomst. Wij sturen elkaar onze locaties door. De hobbel onze privacy op te geven, nemen we met enige tegenzin voor lief. Dankzij de optie live locatie delen, vind ik mijn weg naar Inez. Op mijn scherm zie ik dat ze van mij weg beweegt. ‘Niet weglopen’ roep ik in haar oor. Verschrikt staat zij stil. Met haar blonde krullenbos in het vizier besluip ik haar.
Ze voelt zich betrapt en moet onbedaarlijk lachen als zij opzij kijkt en mij aan ziet komen struinen. Een heerlijke ontmoeting in een voor beiden onbekende stad.


We besluiten naar het centrum te lopen en daar ons geluk te beproeven voor een drankje en een hapje. De routeplanner op de telefoon meldt een wel erg grote afstand naar het centrum. Een taxichauffeur bekommert zich niet om gederfde omzet en vertelt ons vriendelijk dat onze route naar het centrum kort en makkelijk is. Pas als we goed en wel in beweging zijn gekomen, zien we op de stoeptegels om de paar meter roestvrijstalen vaantjes die de richting naar het centrum duiden.
Plots betrappen wij onszelf er op dat wij rennen. Waarom?! Voelen wij ons achtervolgd? Trekt de warmte van het cafe, dat wij straks zullen vinden voor het drankje, waar wij zo naar snakken? Ja, het is koud en guur. Ons onderbewustzijn is met ons aan de haal gegaan. Gierend van de lach trappen wij op de rem.
De deur van Jazzcafe Lazy Louis staat uitnodigend open. De warmte van de bezoekers omhelst ons. Wat smaakt dat biertje heerlijk en welverdiend. Tevreden kijken wij elkaar aan. Het wordt tijd om ons restaurant te vinden.
Ook daarvoor bieden onze slimme telefoons uitkomst. Met de term restaurant Amersfoort vinden we ons doel. We slaan aan op de belofte dat we het romantischer dan dit niet gaan krijgen in Amersfoort. Onze smaakpapillen juichen bij de lokroep van dit, naar eigen zeggen, culinair kuuroord.
Het adres wordt ingevoerd in de routeplanner van de telefoon. Wij worden door prachtige straten en langs idyllische plekjes geleid, maar niet naar onze bestemming. Kennelijk hoort een stukje sightseeing ook bij ons onverwachte avondprogramma. Wij genieten van de rustieke sfeer en geur van de binnenstad. Onverbiddelijk roept onze maag ons tot de orde. Het loopt inmiddels tegen 8 uur en het bakje nootjes bij het drankje is uitgewerkt. We grijpen in en zetten de andere telefoon aan het werk.
Half verscholen onder een vestingmuur ontdekken wij een prachtig plekje aan het water. We verlekkeren ons: hoe zalig zal het zijn om daar zitten. De terrasindeling verklapt ons dat wij het restaurant gevonden hebben. Met ontzag kijken we naar het aantal tafels. Dit is een zeeer intiem Restaurant. En het is vrijdag avond. Als er binnen nog een tafel beschikbaar is, beloven wij onszelf los te gaan op de kaart.

No Show

Een no show werkt in ons voordeel. Geheel in lijn met de onverwachte wendingen op deze dag, kiezen wij voor een verrassingsmenu… Een paar uur later staat op twee gezichten een brede grijs gebeiteld. We zijn genoeglijk gelaafd, gespijsd en volledig relaxed. Met rooibosthee en friandises als toegift. Het besef dat we een aanzienlijke reistijd voor de boeg hebben voordat wij thuis zijn, vooral ik, kauwen wij met genoegen weg.
Om half 12 is het tijd om ons wellness oord te verlaten. Zonder omwegen brengt de routeplanner ons naar de garage, waarin de auto van Inez geparkeerd staat. We vragen de planner ons naar Utrecht Centraal te begeleiden. De route die wij volgen, verbaast en verwart ons. We passeren delen van Utrecht die ons verre van logisch voorkomen. Dit is duidelijk een dag waarop onze eigen logica niet in de regie is. We laten het los en volgen braaf alle aanwijzingen. Het verrassende resultaat van recente wegwerkzaamheden rondom het station wordt ons onthuld.
Gelouterd door ons avontuur laten wij elkaar los. In ons verankerd een samenzijn dat we nooit zullen vergeten. Ik rol voldaan de trap op naar het station.


In de trein schakel ik de optie ‘deel mijn locatie’ uit. Wat zal over dit uitje in mijn profiel bij Big Brother verwerkt worden? Wellicht dat ik in staat ben van de nood een deugd te maken. Dat mag genoteerd worden.
De stilte coupe zit vol met mensen die er zichtbaar ook een lange dag op hebben zitten. Ieder met diens eigen verhaal. In de stilte houdt iedereen het voor zich.
Uit het niets brult een passagier zijn oerkreet in het oor van zijn buurvrouw. Vanuit haar ooghoek kijkt zij hem onderzoekend aan.
“Sorry, moest even. Kan ik in ieder geval zeggen dat ik het gedaan heb”, zegt hij met een glinstering in zijn ogen. Haar gezicht breekt open in een schaterlach.
Om 01:09 zit ik in de laatste tram die mij naar huis rijdt, door lege straten en langs lege cafés. Passagiers van de Aida liggen in diepe rust.
De ochtend is in de maak. Nog een paar uur voor zonsopgang. Mijn dagprogramma is bezig te ontwaken. Laat ik eerst maar compact slapen. En in mijn dromen onderzoeken waardoor ik mij in mijn avontuur echt heb laten leiden

Zwitsers zakmes

In het postkantoor hebben ze dit niet eerder gezien. Patrick stapt met het pakket dat hij zojuist heeft opgehaald achter Fred, zijn chauffeur, in de limousine.

Wat zal men een plezier gehad hebben bij het inpakken van dit pakket. Inventief is het zeker.

Als je geen passende doos hebt, plak je  twee  dozen aan elkaar. Het resultaat is een curieus pakketje waarvan de ene kant aanmerkelijk dikker is dan de andere zijde. De hoeveelheid gebruikte tape is indrukwekkend.

Eigenlijk wil hij dit op zijn gemak thuis ontleden. Maar zijn nieuwsgierigheid wint het.

Hij denkt aan zijn nieuwe zakmes. Van Zwitserse makelij. Met schaar en vlijmscherp mes, waarmee hij zo door het tape kan knippen en snijden. Maar dat ligt thuis. Zo gaat dat met gadgets. Gekocht, omdat het zo handig is om bij je te hebben in dit soort situaties. Vergeten in de waan van de dag.

De strijd met de tape, waarvan begin noch eind te zien is, vangt aan. Laag over laag over laag zit het als een solide pantser om de doos. Vooral de overgang tussen beide dozen is ondoordringbaar. Wellicht kan hij ‘snijden‘ met zijn sleutels. De tape geeft niet mee. Ah, zijn creditcard, daar kan hij wel mee snijden. De pas knap in twee stukken. Met een verbeten gezicht pulkt hij aan de dikke lagen tape. Het geeft weinig mee. Zijn zorgvuldig gemanicuurde nagels scheuren een voor een in.

Grommend zegt hij tegen zichzelf dat hij nooit, nooit meer zonder zijn zakmes van huis mag.

Fred ziet het vanuit zijn achteruitkijkspiegel meewarig aan.

Het gezicht van Patrick is inmiddels rood aangelopen. Zweet staat op zijn voorhoofd. “Mag ik wat zeggen”, vraagt Fred. “Nee”, blaft Patrick. “Ik heb je niets gevraagd”. Fred deinst ontsteld terug. Deze toon van deze, anders zo rustige en charmante, man kent hij niet. Hij schrikt van de woeste blik in zijn ogen. 

Dat zijn imago een gevoelige deuk oploopt, dringt niet tot Patrick door. Hij is slechts geïnteresseerd in zijn frustratie. 

Als een worstelaar werpt hij zich op de doos. “Ik zal je open krijgen” sist hij verbeten. De knopen van zijn slank gesneden shirt schieten los in de strijd. Donkere vochtplekken verschijnen onder zijn armen en op zijn rug.

De doos blijft hermetisch gesloten. Stampvoetend hapt Patrick naar adem.

Fred kan het niet langer aanzien. De harde klap waarmee hij op het dashboard slaat, bevrijdt Patrick uit zijn fixatie.

“De bodem, de bodem. Kijk naar de bodem” Zegt Fred op een rustige toon.

Beduusd kijkt Patrick van de doos naar Fred en weer terug naar de doos. Zoals bij vrijwel alle dozen het geval is, is de onderzijde van deze doos gesloten met één strip tape.

Patrick pulkt aan de rand van de tape. Met de scherpe kant van de gebroken creditcard krast hij de rand verder open. Vervolgens duwt hij met zijn sleutel het karton naar beneden en even later is hij binnen. Met een diepe zucht ploft Patrick achteruit in de bank. Zijn gehavende handen vallen naast hem op de zitting. 

Verblind door zijn trots op een mes dat hem in veel situaties van nut kan zijn, heeft hij het zichzelf ontzettend moeilijk gemaakt. En dat mes heeft hij helemaal niet nodig.

Opgelucht haalt Fred adem en herhaalt met een knipoog zijn belofte; “Wat in de limo plaats vindt blijft in de limo”.

Geduld wordt beloond… 

als meer woorden zinnen worden en deze pagina vinden